vrijdag 26 juli 2013

Maak alles op.


Maak alles
maak alles op.

Haal de restjes uit de hoeken,
haal de korstjes uit de kelder.

Maak alles op.

Haal de kruimels uit de kastjes,
haal de schroeven uit de deurtjes.

Maak alles op.

Stop de spullen in de zakken,
breng de zakken naar de voordeur,
zet op weg terug de ramen open.

Maak alles op.

Op op op op op.
Opper dan ooit tevoren.
Als alles het alleropste is
kun je de vloer gaan vegen,

veeg de hoeken, veeg de kelder,
veeg de kastjes, aai de deurtjes.

Veeg alles op.

Breng de stofjes naar de tuin,
haal de bloemen uit de tuin.
Haal korenbloemen,
haal tulpen,
haal grassen uit de tuin.

Breng ze naar de lege kamer
waar je kunt gaan wonen dan.

dinsdag 9 juli 2013

De mensen trekken naar de bossen.

Toen de mensen kleiner waren, werden huizen niet gekweekt, maar groeiden langzaam in het wild.
Er waren jonge huisjes vergeven van de vensterbanken. Er waren oude zware huizen met een lange, zware schaduw en een winterdak.

In deze periode groeiden huizen langzaam uit tot steden waar je dagen in kon dwalen zonder ook maar één boom te zien.

Ik ben nog van de generatie waarvan verantwoordelijke ouders een sleutel in de grond plantten bij de geboorte van een kind,
Je zorgde je voor je huis, als kind. Keek toe hoe de overlopen langzaam ontloken, plukte je afstervende vensters weg... Een huis zei veel over de persoon, in die tijd.
Nu, nu zijn de mensen groot en stevig. Nu geeft niemand meer om de huizen. Alle jonge mensen trekken naar de bossen, de steden sterven langzaam af. Het zal niet lang meer duren voor alle huizen helemaal verdwenen zijn, en je alleen maar bossen ziet. Bossen, bossen, enkel nog bossen zover het oog reikt.