zondag 15 december 2013

Er zitten dunne draadjes aan de toppen van mijn vingers.


Je hoeft niet meteen te kijken, ze zitten aan de binnenkant.

Ik heb ze daar aan vastgemaakt om
de weg terug te kunnen vinden
naar de kamer waar we zaten,
de hoofden die we stootten,
platen die we draaiden en
hoe dat samenvatte waarvandaan we kwamen
afgereisd tot hier

hier in deze kamer
aan de toppen van mijn vingers.

Je hoeft niet meteen te kijken, we wonen aan de binnenkant.

Klop de toppen open
met de toppen van mijn vingers:
hierbinnen zijn we opgegroeid, we
leerden lopen, wreven stokken,
zochten water, woorden 
kwamen later pas, veel later 
toen er toch alleen nog
dit te zeggen was.