maandag 24 maart 2014

Geen klanken maar mensen.


Ik stond in de keuken en bakte eieren. Omdat ik goede zin had wilde ik een lied te zingen, maar er kwamen geen klanken maar mensen uit mijn mond. Het zou een vrolijk wijsje geweest zijn, maar van zingen kwam niks terecht. Al snel was het erg druk in de keuken.

We keken naar buiten, de mensen uit mijn mond en ik. De wereldbevolking leek behoorlijk toegenomen. Ik bedacht me dat dit wel eens het einde zou kunnen betekenen van de muziekindustrie. 'Dit zou wel eens het einde kunnen betekenen van de muziekindustrie,' zei ik, maar er kwamen geen woorden maar gordeldieren uit mijn mond.

Mijn eieren bakten aan. De mensen uit mijn mond gingen aan tafel zitten, keken in de koelkast, zetten thee. Tien stuks gordeldieren scharrelden over de keukenvloer, maakten geluiden, zochten restjes en insecten. Ik keek naar buiten en zag er meer gordeldieren dan anders. Dit zou het delicate evenwicht van het ecosysteem van de planeet waarop we leven nog wel eens danig kunnen beïnvloeden, bedacht ik me. 

Maar ik zei er niks over, ik hield wijselijk mijn mond.