donderdag 31 juli 2014

Bij dezen


doe ik u de pen toekomen waarin mijn brief aan u nog zit.
In alles wat ik schrijf zit-ie ontzettend in de weg, vandaar dat ik mij tot u richt om hulp, hulp, hulp.

U weet waar u de woorden voor het laatst hebt gezien, in welke volgorde ze stonden. Ik ken niemand die is opgewassen tegen de zeggingskracht als u. U bent bij machte letters te vinden op ieder vel papier.

Het zal u niet verbazen hoezeer ik aan u dacht.

Hebt u de brief in kwestie gevonden en uitgeschreven
voldoende gefrankeerd en aan de postereijen toevertrouwd
weer ontvangen en ervan kennisgenomen
dan heb ik mijn pen graag terug.

Ik kreeg hem ooit van iemand en er zit nog een gedicht in dat ik in de toekomst nodig denk te hebben.

In afwachting verblijf ik,
verblijf ik en verblijf ik.