zondag 17 mei 2015

De wind

Norberto zegt: "Dit is de wind die daken van huizen blaast." De wind schudt onze handen, onze armen, ons hoofd. Verspreidt de koeien over de heuvels.
Norberto kent de wind die daken van huizen blaast goed, ze wonen hier samen al jaren.

De wind die daken van huizen blaast klopt ´s nachts op onze luiken, opent onze ramen. De witte herder op de veranda kan blaffen wat hij wil, de wind komt binnen en doet alsof hij thuis is.
"Zo," zegt de wind en neemt een stoel, gooit hem uit het raam. Wij klampen ons aan onze klamboe vast en vragen ons af wie er op bezoek is bij wie. We kijken de witte herder na die in het maanlicht over de boomtoppen buitelt.

vrijdag 15 mei 2015

De waterval


Eén van onze eerste dagen zochten we de waterval. Het oerwoud zou hindernissen uitzetten, daar twijfelden wij niet aan. Wij kennen het oerwoud nog niet zo lang maar langer dan vandaag.

We vertrokken in de vroegte, vlak na de zesuursvogel. We hoorden het water vallen, renden zo snel onze slippers ons konden dragen in de richting van het geluid, maar het bos was ons voor, kwam met de ene onbegaanbaarheid na de andere op de proppen. Met onze handoekken, kapmessen en witte herdershonden hebben we ons een weg gebaand door de puntige voorwerpen die het bos voor ons had uitgestald. We hebben afscheid moeten nemen van een linkerslipper en ons jongste kind. De hond werd verwond. Evenwicht verloren.

Wij vielen allemaal die dag, bij bosjes, stuk voor stuk, maar het water dat wij vonden stond fier overeind, zwaaide naar ons tussen de omvallende bomen door.