woensdag 5 oktober 2016

Op mijn gum.


Al sinds mijn vroege jeugd heb ik het moeilijk te weerstaan gevonden om op mijn gum te tekenen.

De eerste schooldag op de basisschool werd naast het 2b potlood, de schriften en de vulpen, ook de gum aan eenieder uitgereikt.
Dit jaar houd ik hem schoon, weet ik nog goed dat ik jaarlijks tegen mezelf zei. Het was een kwestie van tijd voordat mijn gum ogen had.
Ik kan stoppen wanneer ik wil, herinner ik me levendig mezelf dagelijks voor te hebben gehouden, mijn gum van stropdassen en wissellijsten voorzienend. Maakte dat dan geen vlekken als je moest gummen? Jawel. Als ik een bruikbare gum nodig had leende ik die wel.

Een gum is voor mij nog altijd een nutteloze aanschaf. Ik weet dat mijn neiging tegen de natuur van de gum ingaat. Vanuit het perspectief van de gum gezien ben ik een abominatie. Maar de ogen, de ogen waarmee de gum mij ziet heeft hij aan mij te danken.