Tekst


In 2011 studeerde ik af aan de schrijfopleiding van de HKU met de theatertekst 'Van de overloop, of: wij komen als u gaat.' (in 2012 gespeeld door theatergroep Kwezel) en een essay, 'Nu klopt de wereld niet', over het nut van chaos en verwarring.

Theater schrijven heb ik een beetje aan de wilgen gehangen, nu schrijf ik voornamelijk korte korte verhalen en gedichten.  
Mijn korte verhalenbundel 'Het hoeft niet kapot' kwam in 2014 uit bij Uitgeverij de Muze en kan hier worden besteld. Het is een mooi boekje (ja, trots, ja) met een harde kaft en illustraties van Julia Veldman C.


 

Gedichten

 

Op een gegeven moment


ademden alle mensen en alle dieren wereldwijd onafgesproken tegelijkertijd in,
en er bleek precies genoeg zuurstof te zijn voor iedereen.

De atmosfeer wist niet wat hem overkwam:
het luchtruim zoog zich vacuum, het was overal windstil.
Vogels en vliegtuigen verzakten in de lucht en
overal ter wereld doofden de brandjes.

De wereld hield zijn adem in, wist zich geen raad met de stilte.

Dit was het begin van de eerste wereldvrede
die precies één ademtocht zou duren.

Toen ademde men uit.

De vuurtjes werden aangewakkerd, gekibbel hervat.
Niemand had iets gemerkt.

* * *

Gefeliciteerd,

u bent de trotse eigenaar van een
menselijk lichaam.

Het menselijk lichaam biedt u vele,
vele mogelijkheden.
Het is isolerend, decoratief, comfortabel en
naar men zegt geneeskrachtig.
Eén ding is zeker: met zijn fraaie vormgeving en onverwachte
functies zult u vrienden en bekenden 
beslist versteld doen staan. 

Bewaar het menselijk lichaam warm en droog.
Wapen het tegen de kou
met dekens en konijnen.

Het menselijk lichaam beschikt over vele,
vele mogelijkheden, waarbij dient te worden aangetekend dat
de mogelijkheid tot ademen
hoog staat aangeschreven.
  

Liedje

wij mogen nooit vergeten
dat schelpjes horen op het strand
en niet op het fietspad
nee, niet op het fietspad

en als ik aan je denk
zou ik wel kunnen fluiten

wij mogen nooit vergeten
dat het land waarin wij wonen
veel weg heeft van madurodam
maar dan in het groot
ja, vele malen groter

en als ik aan je denk
zou ik wel kunnen zwemmen

wij mogen nooit vergeten
dat wij wachten op een zin
die de woorden waard was
nee, niet op een wonder
wij wachten op een volzin

en als ik aan je denk
zou ik wel kunnen vloeken 

 

Kort proza

 

Zeeschildpad


Gefeliciteerd, zei de dokter toen de bevalling achter de rug was, u bent de trotse ouders van een gezonde, Atlantische zeeschildpad met alles erop en eraan. Hij deed de ouders voor hoe zij het kindje vast moesten houden, want het was hun eerste.

De ouders wikkelden het in een dekentje en verlieten het ziekenhuis met gemengde gevoelens. Vooral de vader vocht tegen de teleurstelling. Hij had stilletjes gehoopt op een zoon. Een zoon, om samen mee te tennissen. Een zoon, om stapels boterhammen voor te smeren. Maar die droom, zo zag het er naar uit, zou de vader moeten laten varen nu zijn zoon een zeeschildpad was. Maar, riep hij zichzelf tot de orde, het was gezond en als ouder vind je dat het allerbelangrijkst. De rest is luxe.

Zij doopten de zeeschildpad Jan Jaap. Jan Jaap groeide als kool en was al gauw een opgewekte zeeschildpaddenkleuter. Na verloop van tijd merkten de ouders echter dat er iets niet helemaal in orde was met Jan Jaap, hij was anders dan de andere kinderen van zijn leeftijd. Een aantal simpele testen bij de huisarts bevestigden hun bange vermoedens. Ze konden er niet langer omheen. Jan Jaap was kleurenblind. De huisarts wist hun te vertellen dat dit vaker voorkwam bij zeeschildpadden. Eerder regel dan uitzondering, zei de huisarts. Maar dat was een schrale troost.

Jan Jaap zat, toen hij ouder was, vaak stilletjes achter in de klas op bleekselderij te kauwen. Of op een worteltje, of een stukje komkommer. Of een nectarine. Hij mocht dan kleurenblind zijn, hij was niet gek. Iedere dag at hij ten minste 200 gram groente en 2 stuks fruit, omdat een overheidscampagne hem had gewezen op het belang hiervan. 


Keuken met twee personen 

  
Ik deel mijn keuken met twee personen. Ik vind dat niet erg, ik wist het ook al toen ik kwam wonen waar ik woon. Het staat in het contract, het is me verteld bij de rondleiding en ik ben netjes aan ze voorgesteld, dus het zou kinderachtig zijn er nu een punt van te gaan maken. 
 
Ik ben er ook allang aan gewend. Het is een ruime keuken, die zich dus gemakkelijk laat delen. Bovendien zijn het rustige personen. De ene persoon staat altijd in de hoek bij de koelkast, en de andere persoon zit bij de tafel en soms bij de gootsteen. Je hebt er dus niet echt last van. Alhoewel, als hij bij de gootsteen staat en ik wil afwassen, staat de persoon wel een beetje in de weg. Dan moet ik hem een beetje opzij schuiven. Maar daar doet hij nooit moeilijk over, hij is heel tam. Dan gaat het weer bij de tafel zitten.

Toen ik pas net woonde waar ik nu woon, moest ik er wel een beetje aan wennen dat ik mijn keuken deelde. Vooral ’s avonds. Als ik ’s avonds nog zin kreeg in iets, bijvoorbeeld yoghurt, en dan naar de keuken ging om dat te pakken, dan vergat ik wel eens dat ik de keuken deelde met twee personen. Dan deed ik het licht aan en daar stond de persoon bij de koelkast, bleek en rustig in het TL-licht. En de persoon bij de tafel, bleek en rustig in het TL-licht. Ja, dan voelde ik me wel een beetje ongemakkelijk. Ze doen geen vlieg kwaad, het zijn lieve personen maar ik zou ze er zelf niet hebben neergezet. 
 
Ik heb toen nog aan de makelaar gevraagd of ik ze weg mocht doen, maar nee. Ze hoorden bij het huis, dat heb je met oude huizen en dat wist ik toch al toen ik er kwam wonen, en dat was me toch verteld bij de rondleiding en alles. Ja, dat was ook wel zo. Met ieder huis is wel iets. Dus ach.


 

Onlangs heb ik ontdekt

 
dat ik, als ik mijn onderbroek zo over mijn broek heen aantrek, en ik probeer dan bijvoorbeeld een graafmachine op te tillen, dat dat dan lukt. Vraag me niet hoe ik dat ontdekt heb, dat doet er helemaal niet toe. Het was toevallig. Het was een toevallige ontdekking en daarmee basta.

Ik ben daar toen een beetje mee gaan expirimenteren. Bleek ik niet alleen graafmachines op te kunnen tillen, maar ook tal van andere zware voorwerpen, als daar zijn volkswagenbusjes, voorwerpen van beton en de Deense Dog, een trouw hondenras.
En als ik vuisten maak van mijn handen en er eentje omhoog houd en eentje naast mijn hoofd en dan een hupsje doe, dan kan ik vliegen. En zo nog wat van dat soort dingen. Ik stond er wel van te kijken, moet ik zeggen.

Ik heb het toen aan de fietsenmaker verteld. En die heeft natuurlijk doorverteld aan alle andere mensen. Nu word ik vaker uitgenodigd op feestjes. Dan vragen de mensen later op de avond: ‘doe nog eens dat ding met je onderbroek.’ Dan trek ik mijn onderbroek aan over mijn broek, en til iets zwaars. Dat kan van alles zijn, en dan verslikt men zich van het lachen, of van verbazing.

Inmiddels is het nieuwe er een beetje vanaf, en ik word steeds minder uitgenodigd voor feestjes. Ik doe ook niet zo heel vaak meer mijn onderbroek over mijn gewone broek heen aan. Ten eerste omdat het niet zo lekker zit, ten tweede staat het me niet zo goed en ten derde brengt het geen brood op de plank. Bovendien rekken mijn onderbroeken er zo van uit, dat ik ze daarna weg kan gooien. Doodzonde vind ik dat.
  

Theater 

 

Openingsscene Van de overloop, of: wij komen als u gaat.


Evert op, kan maar op één manier vanwege een flinke lading verpakkingsmatriaal. Alf zit hem op te wachten. Alf trekt met veel omhaal zijn linkerschoen en sok uit en haalt iets van zijn voet.

Alf: Wil je een bloedzuiger zien?

Evert had Alf nog niet opgemerkt en laat verschrikt de handel vallen. Alf laat bloedzuiger zien en trekt zijn sok en schoen weer aan.

Alf: Hallo. Ik ben Alf. Steekt hand uit.

Evert: negeert hand. Wie ben jij?

Alf: Alf.

Evert: En waar kom jij vandaan?

Alf: Van de overloop.

Evert: Negeert hand nog steeds. Hoe kom je mijn huis binnen?

Alf: Blijft tot nader order met uitgestoken hand zitten. Betere vraag zou zijn: hoe kom je er weer uit?

Evert: Dat is ook een goeie, ja. Daar help ik je graag een handje mee.
Het is eigenlijk heel simpel.


Alf: Als dat zo was was ik al lang weg.

Evert: Je gaat deze deur door, het halletje –de overloop – in, voorbij de toilet en de kapstok en dan is links de voordeur, daar moet je doorheen en dan ben je buiten.

Alf: Als je het zo zegt klinkt het inderdaad heel simpel.

Stilte.

Evert: Ben je nou nog niet weg?

Alf: Ik zou niet weten hoe.

Stilte.

Evert: Ben je misschien... Ben je misschien verstandelijk..
Niet zo heel goed bij je hoofd?
Hee?


Alf: Ik ben Alf.

Evert: Evert. Schudt hand Alfs' uitgestoken hand die deze daarna intrekt.

Alf: En dit is Tedje.

Tedje op. Hij heeft een stokpaard bij zich.

Tedje: Hoi. Deze zet ik hier neer. Zet stokpaard neer en steekt hand uit.

Evert: Hoeveel mensen zijn er nog op de overloop?


Cultuur

uit de Buitenkunstbundel 'Erop of eronder', Theaterboek 2010


1: Cultuur wordt zó overschat. 

2:
Het is de laagste uitingsvorm. 

3:
Absoluut! 

1:
Alleen het woord al. 

4:
Cultuur. 

3:
Cultuur. 

2:
Cultuur. 

1:
Bah. 

4:
Als men spreekt over 'cultuurpolitiek' gaat het meestal om zaken als kunst, pers, en omroep, theaters, musea en dergelijke. 

1:
Ik ben van mening dat men cultuur en politiek strikt gescheiden moet houden. 

4:
Eigenlijk moet men cultuur van alles gescheiden houden. 

2:
En zeker ons er niet mee lastig vallen. 

3:
Hebben wij daarom gevraagd? 

1,2,4:
Nee! 

3:
Hebben wij daar tijd voor? 

1,2:
Nee! 

4:
Het is geen kwestie van tijd. Het is een kwestie van principes. 

3:
Het cultuurbeleid (en het onderwijs) was één van de eerste domeinen die geregionaliseerd werd bij de Staatshervorming in België! 

1:
Correct! 

2:
Er zweven ook enkele andere minimaantjes in hoefijzervormige banen rond de aarde. 

4:
Dat bedoel ik! 

1:
Dat vind ik nou oppervlakkig. 

3:
Oppervlakkig? 

1:
Oppervlakkig. 

4:
Om de status van dit woord duidelijk te maken moeten wij vooruit lopen op het onderscheid tussen inhoudswoorden en functiewoorden. 

1:
Niet grondig, niet diepgaand. 

3:
Zich aan de oppervlakte bevindend. 

2:
Kun je je iets voorstellen met meer diepgang dan wij? 

1,4:
Eten! 

2:
Behalve eten? 

(stilte)

4:
Cultuur leidt ertoe dat men door diepgang passief blijven en ten onrechte niet de maatschappelijke structuren verandert.

(wegebbende krachttermen)